De geschiedenis van Leerbroek

21-02-2021

Leerbroek ligt zuidelijk van de centraal in het gebied gelegen cope-ontginningen van Hei- en Boeicop en Middelkoop. Ter plaatse van Leerbroek bevonden zich, evenals in het naburige Nieuwland, door de lagere ligging minder aantrekkelijke gronden voor vestiging. Het onderdeel '-broek' uit de plaatsnaam betekent ondermeer laag land of moeras.

Het ontginningsgebied van Leerbroek kenmerkt zich door een veel onregelmatiger vorm dan de hierboven genoemde ontginningen. De basis van de ontginning heeft gelegen aan de Leerbroekse Voorwetering, het verlengde van de Lede.

Hoewel tamelijk kronkelig van beloop, waarmee het de indruk wekt van natuurlijke oorsprong te zijn, duidt de naam op een 'geleide', gegraven of vergraven waterloop.

De van dit water in noordelijke richting uitgezette kavels hebben een nog min of meer overeenkomstige diepte, passend binnen het stramien van de overige cope-ontginningen. De in zuidelijke richting uitgezette kavels zijn in het algemeen wisselend van diepte, een diepte die voorts veel geringer is dan die van de kavels aan de noordzijde.

Het kaartbeeld laat duidelijk zien dat de landerijen aan de zuidzijde van de Lede niet als eenheid ontgonnen zijn, hoewel voor een deel kennelijk nog wel in cope-verband gezien de vermelding van 'Reijerskoop' die nog op de topografische kaart van 1846/47 voorkomt voor het tot Leerbroek behorende, ten zuidwesten van de dorpskom gelegen gebied. Op een enkele uitzondering na is het bebouwingsbeeld volledig agrarisch.

Het oudste, nog resterende gebouw is de kerk.

Hierboven: Het dorp Leerbroek met herberg, kerk en smederij in de 18de eeuw, tekening van P. van Liender uit 1750

Hierboven: Kerkgebouw aan de zuidzijde, opname 1981


De eenbeukige kerk op rechthoekige plattegrond met westtoren, wordt geflankeerd door lage aanbouwen en is voorzien van halfingebouwde zeshoekige traptoren, heeft een schip van zes traveeën. Het koor is afgebroken en ter plaatse is een consistorie aangebouwd.

Het gebouw ligt aan de noordkant van de Dorpsweg, in de dorpskern op een verhoogd terrein. Aan de noordkant ligt de begraafplaats die is afgesloten met een gietijzeren hek, waarvan de spijlen uitlopen in Franse lelies en de hekpalen door appels worden bekroond.

De toren en kerk zijn opgebouwd uit verschillende soorten rode en geelrode baksteen. Het baksteenformaat aan de toren bedraagt: 26 × 11 × 5,2 cm, 10 lagen = 67 cm. Dat aan de westkant van het schip is 27,5 × 12,4 × 5,6 cm, 10 lagen = 73 cm. Aan de zuidzijde van het schip is onder de plint een formaat van 29-29,5 × 15 × 6,8 cm, 10 lagen = 79 cm toegepast. Daarboven is in de 16de of 17de eeuw een gele baksteen gebruikt, formaat 19 × 9 × 5 cm, 10 lagen. = 53,5 cm. Het muurwerk van het schip is verlevendigd met natuursteenblokken en de plint is afgedekt met Gobertanger steen. Daken van schip en toren zijn met leien in Rijnse dekking gedekt.

Hierboven: Het dorp Leerbroek op 11 augustus 1750, tekening, toegeschreven aan Jan de Beijer


Geschiedenis kerkgebouw

Wanneer de kerk is gesticht en wie de patroonheilige was, is niet bekend. Volgens overlevering zou dit rond 1300 door Jan van Arkel zijn geschied, tesamen met de kerken van Schoonrewoerd, Slingeland, Noordeloos en Nieuwland.

Anderen houden de stichtingsdatum zelfs in de 11de eeuw.

In 1395 wordt de kerk van 'Lederbroec' genoemd in de jaarrekeningen van de Domfabriek. Vòòr de Reformatie (in Leerbroek in 1578) oefende de heer van Arkel het collatierecht uit. De kerk viel onder de proosdij van Arnhem.

Na de Reformatie behoorde de gemeente Leerbroek, tussen 1587 en 1593 gecombineerd met Nieuwland, tot de classis Gorinchem, met uitzondering van de periode 1816-1951, waarin de kerkelijke gemeente onder de classis Gouda viel.

Getuige de toepasssing van een aantal soorten baksteen zijn er verschillende bouw- danwel herstelperioden te onderscheiden. Van het huidige kerkgebouw zal de toren van drie geledingen, gezien de vormgeving en de detaillering uit de vroege 15de eeuw dateren; de westelijke aanbouwen naast de toren en de eerste steunberen van het schip zijn mogelijk ook omstreeks die tijd tot stand gekomen.

Het onderste gedeelte van het schip is van grote baksteen opgetrokken en is òf afbraakmateriaal òf het oudste gedeelte van de kerk en dateert dan wellicht uit de 14de eeuw.

De opbouw echter, van geel-rode baksteen, versierd met banden van natuursteenblokken is uit het derde of vierde kwart van de 16de eeuw.

Getuige een pentekening van Jan de Beijer uit 1750 van het dorp Leerbroek, waarop de toren duidelijk staat weergegeven, is in ieder geval daaraan tot in deze eeuw weinig gewijzigd.

Hierboven: Kerkbouw gezien vanuit de pastorie, voor de brand van 1935

Hieronder: Kerkgebouw voor 4 maart 1935


Hieronder: Kerkgebouw voor 4 maart 1935, zuidzijde


Interieur van de Kerk voor de brand

De Kerk had een zeer fraaie preekstoel met op de rand van de overkapping, met een tekst verfraaid uit Romeinen 6 : 23.

De tekst luide: "Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven".

Er hingen ook sinds 1874 twee zeer fraaie borden met de namen van de predikanten die de gemeente van Leerbroek vanaf de reformatie hadden gediend. In de zomer van 1914 kreeg het lichtgele interieur van de kerk een eikenhouten kleur. Hierdoor werd er enkele weken kerk gehouden in de voormalige openbare school.

https://www.hhgleerbroek.nl/kerkelijkegebouwen/interieur


Bij de foto hieronder (van voor de brand) kan men het interieur wat beter zien. Aan de linker kant zaten de mannen en rechts zaten de vrouwen. Voor de bankingangen zaten deurtjes voor tegen de tocht over de vloer. De banken vooraan links en rechts omhoog zaten de welgestelden en de Notabelen en Kerkvoogden en de Kerkenraadsleden.


Het orgel op de foto hieronder is in gebruik genomen op 6 November 1898. De maker van dit orgel was J. F. Kruze Orgelbouw.


Huidig interieur kerkgebouw

De inwendige ruimte van het schip is met een houten tongewelf en trekbalken met korbeelstellen overdekt. Tegen de westmuur staan het orgel en balkon opgesteld. De preekstoel met dooptuin in Art Déco-vormen bevindt zich tegen de oostelijke wand. Een axiaal bankenplan met middenpad en losse stoelen, alsmede dwarsgeplaatste banken aan beide zijden van de preekstoel vullen de ruimte. De gehele inventaris dateert van na de brand.

De preekstoel is een ontwerp van Albert van Essen. Het is een sobere in strakke lijnen ontworpen preekstoel welke een krachtige stijl uitdrukt. De poot van de preekstoel en het voetstuk van het doopvont zijn een verwantschap van elkaar, evenals de overkapping van de preekstoel.
Onder de Kanselbijbel is in hout een arend met opengeslagen vleugels uitgehouwen.

De 5 spitsvormige Gebrandschilderde ramen boven de Preekstoel zijn een geschenk van de architect, en is ontworpen door de heer Basart te Voorburg.

De ramen stellen vlnr voor de tekst uit Mattheus 25, waar Jezus spreekt over het komende oordeel.

Het 1e is Mattheus 25: 35a: Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven.

Het 2e Mattheus 25: 36a: Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.

Het 3e ,een toren met daaronder de tekst uit Lucas 14: 17b : Ga uit in de wegen en heggen en dwing ze in te komen opdat Mijn huis vol worde.

4e Mattheus 25: 35b : Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd.

5e Mattheus 25: 36b : Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht.

En tussen de preekstoel en de gebrandschilderde ramen, zijn in steen 5 Biddende Handen gestukadoord die het Gebed in steen moeten uitbeelden.


Luid- en slagklok in de toren van de kerk

In de toren hangt een luid- en slagklok, hergegoten in 1935 na de brand door Gebr. Van Bergen te Midwolda. de diameter bedraagt 141,1 cm. In de tekstband: maria is mynen naem my gheluytsygode bequaem gobel moer en willem syn soen maeckten my int iaer ons heren m cccc xciiii.

Op de mantel staat:

Deze klok is bij den brand van kerk en toren 4 maart // 1935 defect geraakt toen te leerbroek waren:

// g. slob burgemeester // m. hykoop // h. slob // wethouders // h.a. bax secretaris // c. buyserd kz // h.m.g.a. van itterson // t.j. hykoop // j. zwijnenburg // f. de bruin // opnieuw gegoten door gebr van bergen te midwolda //

juli 1935.

Tip: Klik op de afbeelding van de klok voor het klokkengeluid.

Het torenuurwerk is mechanisch. Op de slingerschijf staat: Gebr. van Bergen, Midwolda, 1936. Het is later van een elektrische opwindinrichting voorzien.


Brand 1935

Op 4 maart 1935 brandden kerk en toren uit, waarbij echter het opgaande muurwerk grotendeels gespaard bleef. In het inwendige gingen drie 17de-eeuwse koperen kronen met respectievelijk 3 × 6 en 2 × 6 armen teloor, waarvan de grootste, een geschenk van de prins van Oranje, onder andere zijn wapen droeg. Voorts gingen verloren de 17de-eeuwse preekstoel en de luiklok uit 1494, gegoten door Gobel en Willem Moer.

Kerkbrand Leerbroek in de nacht van 3 op 4 Maart 1935.

De Kerk daterend uit het jaar 1040 is totaal uit gebrand, alleen de muren staan nog. Het is het op één na het oudste Kerkgebouw van Nederland. Hij is gelijktijdig met de Kerk van Hoornaar gebouwd, en lijkt er ook veel op. Op de voorgrond de Meerkerkse Spuit die bleef aanwezig omdat er balken hardnekkig bleven smeulen.

Kerkbrand hierboven: Algemeen Handelsbrand 5 maart 1935

In verschillende landelijke kranten werd over de brand van het kerkgebouw in Leerbroek verslag gedaan.

Foto hierboven uit het Algemeen Handelsblad

Kerkbrand hierboven: Nieuwsblad van het Noorden, 5 maart 1935

Hierboven: Foto uit Leeuwarder Courant

Hierboven: Daags na de brand, 4 maart 1935

Hierboven: Het interieur van de Kerk is na de brand naar buiten gewerkt. De mooie kansel en de borden met al de predikanten van na de reformatie gingen in vlammen op. Ook de drie koperen kroonluchters die zoveel waarde vertegenwoordigden, dat de veldwachter in de mobilisatie jaren door de koperschaarste ze in zijn kelder moest stoppen om ze voor diefstal te beveiligen lagen versmolten in het gangpad. Eveneens de mooie versierde Statenbijbels werden tot as verteerd. Ds van Ieperen die pas acht weken op Leerbroek stond was flink aangeslagen, doordat hij van zijn Kerkgebouw was beroofd. Gelukkig konden ze de boeken en archieven van de kerk nog veilig stellen.

Hierboven: Groot verslag in De Indische Courant over de kerkbrand

Hierboven: Op deze foto kan men zien dat ze al begonnen zijn met de weder opbouw van de Kerk na de brand. Men kan de bouwlieden aan het werk zien in de Kerk op de steigers en buiten om.

Hierboven: Na de brand wordt zo snel mogelijk een noodkerk gebouwd om de diensten daarin voort te zetten.

Hierboven: In de krant werd bericht gedaan over de bouw van de noodkerk

Hierboven: Kerkgebouw gezien vanuit de pastorie, jaar 1991